JERRY KOWALSKY

The straw that broke the camel’s back

t/m

The straw that broke the camel’s back.
Kunst in Odapark van Jerry Kowalsky.

Geboren als Jeroen Cremers in het Limburgse Reuver maakt hij nu naam als een van de opkomende kunstenaars in Berlijn. Zijn werk in deze solo-expositie in Venray reflecteert op hoe een samenloop van kleine omstandigheden tot een grote gebeurtenis kan leiden. Op het wereldtoneel, maar vaak ook in onze eigen levens.

Jerry Kowalsky – golfkarton en laatste strootjes

The straw that broke the camel’s back, o noemt Jerry Kowalsky, zijn solopresentatie in Odapark. Een tentoonstelling aldus, over het laatste strootje dat de rug van de kameel kan doen breken wanneer je deze vol laadt. Een expositie over hoe het altijd een ogenschijnlijk inferieure en routineuze actie is, die een enorme reactie kan veroorzaken. De boel opblaast. Maar die in feite enkel het cumulatief effect vormt van vele eerdere kleine handelingen, die onbelangrijk leken, maar onderwijl al een in(een)storting aan het veroorzaken waren.

Von Marijke Cieraad & Pascalle Mansvelders

Laatste strootjes doen denken aan Seneca, de Romeins en Stoïcijns filosoof die omschreef hoe in het leven van de mens de dood centraal staat. En hoe die dood niet gevreesd hoeft te worden omdat we er al vanaf de dag van de geboorte naar op weg zijn. We sterven elke dag een beetje, je laatste dag veroorzaakt niet de dood maar voltooit enkel een proces waar we al lang mee bezig zijn en waaraan niet te ontkomen is. Het laatste strootje komt altijd. Voor elke kameel, voor iedereen.

Sculpturen van golfkarton

Jerry Kowalsky werd in 1972 geboren onder de naam Jeroen Cremers. Na zijn studie aan de academie in Maastricht en een aantal omzwervingen via Amsterdam en Zuid-Duitsland, woont en werkt hij nu alweer een aantal jaren in Berlijn. Kowalsky schildert en maakt sculpturen. Deze laatste van karton. Een materiaal dat hij bij toeval, of eigenlijk noodgedwongen, ging gebruiken en hem gaandeweg steeds meer inspireerde. Een zo sober mogelijke bouwstof, gelaagd, dik maar toch buigzaam, en voor iedereen bekend. Karton gaat ons allemaal vaak door de handen, enkel niet zo snel in de context van beeldende kunst. Typerend voor de materie is de restrictie aan richting die je het als maker kunt geven. Je moet je kunnen voegen naar beperkingen, die weliswaar vooraf bekend zijn, maar die je gaandeweg het maakproces toch best kunnen opbreken. En als je een bouwstof niet kunt buigen zoals je wilt, moet je je beeldend vermogen vormen naar je materiaal. Dat vereist innerlijke kracht. Een energie die vormbegrip expliceert in nog meer lagen dan het materiaal in substantie al kent. Karton is een bouwstof die ver af staat van de vormen van kunst die zich vast willen klampen aan een gevoel van eeuwigheidswaarde. Het geeft daarmee een besef aan dat niets voor altijd is. Niet alleen in materiaalkeuze lijkt banaliteit een aantrekkingskracht te hebben op Kowalsky, je ziet dit ook terug in zijn keuze voor onderwerpen gericht op alledaagse menselijke zaken en kenmerken. En het onderzoek en gebruik ervan lijkt zijn manier om dichter bij het mens-zijn te komen.

We are born

Geweld en conflicten zijn een belangrijk thema in het werk van Jerry Kowalsky en komt voort uit zijn interesse in de ontwikkeling van het humane sociale gedrag. Aangegrepen door menselijke activiteiten als ‘beeldenstorm’ en ‘iconoclasme’, onderzoekt Kowalsky, hoe de mensheid het eigen verloop beïnvloedt, afbreekt en weer opbouwt, en lijkt zich af te vragen of deze daarmee van koers kan veranderen. Als alles onderdeel is van actie en reactie, staat er dan nog wel iets op zichzelf?

In de Serie „We are born”, bestaande uit geschilderde portretten van bekende en onbekende mensen, vastgelegd in een beeltenis op het moment dat het nog kinderen zijn, onderzoekt Kowalsky of er in een jong gezicht aanwijzingen zijn die iets kunnen zeggen over welke richting een leven verloopt. Over de keuzes die we maken als mens, de afslagen en ombuigingen die we nemen in het leven. Wanneer vervalt de onschuld? Waar raken het goede en het kwade in de mens zich? Kiezen we bewust of onbewust voor onze rol in de maatschappij? De portretten zijn van buitengewone schoonheid en stralen tegelijkertijd iets onheilspellend en confronterend uit. Bestaat er voor de mens zoiets als een dramatisch eindresultaat? Of is dat, zoals Seneca stelt, enkel en juist de continuïteit van het laatste uur van het leven, die alle uren die eerder voorbij kwamen, tezamen verbeeldt.

Bij elk antwoord dat men in deze tentoonstelling kan denken te vinden hoort een angst. Wanneer komt de explosie? Wie zal geraakt worden? Hoe lang gaat ie duren? Waar komen de brokstukken terecht? In kunst gaat het niet om de antwoorden, maar om de vragen. Om wat ze oproepen. Naar boven halen. Wat ze je laten voelen. En dan uiteindelijk leiden naar andere vragen die er weer op volgen. Tot aan die laatste vraag. Dat strootje.