BLIND OP WEG

door Pascalle Mansvelders

BLIND OP WEG

door Pascalle Mansvelders

 

Lieve Oda,

Geregeld sjok ik over jouw slingerende pad naar boven. Met zware tassen, vol ideeën, richtlijnen, targets en to-do-lijstjes. Als het besef indaalt van wat allemaal wacht die dag, loop ik sneller en vang in mijn rechterooghoek de schim van de zwarte Maria, die onderdak heeft gevonden in jouw park, en weet dat ik hier mag zijn. Als iedereen. En als mijn lijf de tol betaalt voor te zware bagage, herken ik in mijn linkerooghoek de tassen van de Ecce Homo slepend over de grond, zie de mens, glimlach en voel me gesteund. Maar enkel in mijn blindste hoek, die jou hier niet ziet maar wel aanwezig weet, voel ik mij thuis.

Je was ooit een vluchtelinge. En bij elk bericht over vluchtelingen zie ik voor me hoe jij op een gammel bootje de zee overstak. Jong, bloedmooi en blind. Hoe eenzaam moet je je hebben gevoeld, dobberend over het water, waarvan je de onmetelijke diepte niet eens kon peilen? Hoe stervenskoud moet je het hebben gehad? Hoe hoog moet je nood tot vrijheid zijn geweest om zo’n reis, zo’n leven, zo in te duiken? En my god, lief kind, hoe bang moet je zijn geweest?

Eenmaal voet aan wal zul je de opluchting diep ingezogen hebben en zeker heb je even gedacht dat je al een heel eind was in je zoektocht naar zicht. Blaren aan je voeten, je handen vergroeid in gebedsstand. Soms lijkt het of ik het geprevel van je lippen hoor hier, als gevangen tussen de hoge bomen, overgewaaid door de tijd heen. Ja, het is soms het enige dat je kunt doen, de ene voet voor de ander zetten en gewoon door blijven lopen. In totale donkerte, blind blijven voor alles en iedereen om je heen. En dan een beetje stom de scherpe pijn weglachen als je weer licht ziet. Je blijdschap moet overweldigend zijn geweest. Je teleurstelling ook.

Voorbij de rode pinguïns bij de poort, en binnen jouw wereld, weet ik mij welkom maar Venray laat mij soms ook een ongewenste vreemdeling voelen. Ach, ik begrijp het wel, we doen allemaal gekke dingen in ons gevecht tegen geschiedenis en imago. De stad nam je op en joeg je weg, maar gaf je vleugels in de vorm van eksters. Jij streek over je hart en beloofde je eeuwige voorspraak in de hemel waarmee je beschermheilige van Venray werd. Natuurlijk ben je er ook voor hen die blind zijn en in mijn zwartste dagen hier vraag ik me af, of de parallel in al wat jij beschermt wel wordt gezien. Gelukkig werd je opgemerkt door onze provincie die je adopteerde. We willen allemaal niet weten wat er anders van je terecht gekomen was.

Enkel wie blind was en echte donkerte kent, weet het kleinste lichtpuntje op waarde te schatten en kan ogen openen voor nieuwe wegen en de mooie mensen om mee op te lopen. Het kan geen toeval zijn dat ik een groot deel van de mooiste mensen die een belangrijke rol spelen in mijn leven, heb ontmoet door jou en in jouw park. Je kent ze, en zij jou, de schoonheid daarvan zie ik zelfs met de ogen gesloten. Nu is jouw park 25 geworden. Als de muziek inzet en iedereen naar de dansvloer in de spotlight rent, zullen we dansen voor een blinde. Ik zal knipogen naar je en weten dat je glimlacht. Jij zult mens en wereld boven zichzelf uit doen stijgen en laten zien dat hoe onzichtbaar ook, via de sluiproute van de verbeelding is er altijd de wegwijzer van kunst en de hoop ons blind op het juiste pad te houden. Van harte, lieve Oda, lang zul je leven!